- Geboorteakte
Heden den tweeden april achttienhonderd zes en veertig, is voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Ankeveen verschenen Gerrit Ketelaar van beroep werkman oud vier en dertig jaren, wonende te Ankeveen welke ons heeft verklaard dat op den eersten april achttienhonderd zes en veertig des voormiddags ten zeven ure, in het huis staande te Ankeveen in het dorp is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, uit Elizabeth Meester van beroep geen wonende te Ankeveen, zijne echtgenoot welk kind zal genaamd worden Anna.
Zijnde deze inschrijving gedaan op aangifte van den vader.
Van welke verklaring wij deze akte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Joannes de Lange van beroep bode oud vijftig jaren, wonende te Ankeveen en van Dirk van Rooijen van beroep schilder oud twee en vijftig jaren, wonende te Ankeveen en is deze akte na voorlezing door ons en de getuigen onderteekend, verklarende de comparant geen schrijven te hebben geleerd, en mitsdien zijne naam niet te kunnen teekenen.
Akte 4
|
- Overlijdensakte
Heden den dertienden junij achttienhonderd zes en veertig, zijn voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Ankeveen verschenen Gerrit Ketelaar van beroep veehouder oud drie en dertig jaren, wonende te Ankeveen, vader van de na te noemen overledene, en Cornelis Boelhouwer van beroep schoolhouder oud een en vijfitg jaren, wonende te Ankeveen buiten familie van de overledene, welke ons hebben verklaard, dat op den twaalfden junij achttienhonderd zes en veertig des voormiddags ten negen ure, in het huis staande te Ankeveen in het dorp in den ouderdom van tien weken is overleden Anna Ketelaar, van beroep geen geboren te Ankeveen en wonende te Ankeveen, dochter van Gerrit Ketelaar bovengenoemd en van Elizabeth Meester, buiten beroep, beide te Ankeveen woonachtig.
En hebben wij hiervan opgemaakt deze akte, welke na voorlezing door ons en een der aangevers is onderteekend, verklarende Gerrit Ketelaar geen schrijven te hebben geleerd, en mitsdien zijnen naam niet te kunnen teekenen.
Akte 7
|